Slavenfort bij ElminaEen stukje geschiedenis
Al in 1383 stichtten de Normandische kooplui uit Dieppe de nederzetting Elmina aan de kust van Ghana. De oudste Europese nederzetting in de tropen. In 1471 werd Ghana door de Portugezen ontdekt.
Ook zij vestigden zich in Elmina en waren vooral geïnteresseerd in het stofgoud uit het binnenland. Vanwege dat goud werd Ghana vroeger de ‘Goudkust’ genoemd. Na de Portugezen kwamen de Fransen, Engelsen, Nederlanders, Zweden en Denen.
Nagenoeg alle zeevarende Europese naties bouwden forten aan deze rijkdommen belovende kust.Van al deze landen bleef alleen Engeland tot in de 19e eeuw.

De Nederlanders, goud en slaven
 In 1637 veroverde een Nederlands leger onder bevel van Johan Maurits het Portugese fort Elmina. Daarna bouwden de Nederlanders zelf ook forten: 28 maar liefst! Veel ervan staan nog steeds aan de Ghanese kust. Vanuit de forten werd handel gedreven met verschillende stammen, zoals de Ashanti. Eerst ging het om de handel in goud, maar na 1700 werd het meer en meer de handel in slaven.De Nederlanders, die als eersten met de slavenhandel begonnen, brachten honderdduizenden negerslaven naar Brazilië, Suriname en het Caribische gebied. Daar werden ze verkocht en moesten werken op de katoen- en suikerrietplantages.De omstandigheden op de schepen waarmee de slaven vanuit Afrika werden vervoerd waren zo erbarmelijk slecht, dat de helft van hen onderweg stierf. In 1872 werden de Nederlandse bezittingen aan de Goudkust geruild tegen Engelse bezittingen op Sumatra.
 
Het binnenland
 In 1850 verkochten de Denen hun forten aan de Britse Kroon; in 1872 volgden, zoals gezegd, de Nederlanders. Zodoende kon Engeland 2 jaar later de hele kuststrook tot kroonkolonie verklaren. Het binnenland konden de Engelsen aanvankelijk wel vergeten. Het Ashanti-rijk, met als middelpunt de stad Kumasi, versperde hen de weg. Het kostte de Engelsen bijna 30 jaar en veel strijd, voordat zij de Ashanti konden overwinnen. De bloeiende hoofdstad Kumasi werd in 1874 door de Britten met de grond gelijk gemaakt. Het bericht dat de journalist H.M. Stanley hier over schreef, gaf hem zijn eerste bekendheid. Later zou hij wereldberoemd worden, toen hij na een spectaculaire tocht door Centraal Afrika de doodgewaande ontdekkingsreiziger Dr. Livingstone vond.  Pas in 1900 lukte het de Britten om het Ashanti-rijk helemaal te onderwerpen. In 1919 – na de Eerste Wereldoorlog – werd het westelijk deel van de Duitse kolonie Togo aan de Goudkust toegewezen. In 1956 lieten de bewoners d.m.v. een volksstemming blijken dat zij bij de Goudkust wilden blijven. 

Zelfstandig
Op 6 maart 1957 werd de Goudkust als eerste Afrikaanse land zelfstandig onder de naam Ghana. Op 1 juli 1960 werd het land een republiek met Dr. Kwame Nkrumah als eerste president. Ghana werd genoemd naar een middel-eeuws Afrikaans koninkrijk, gelegen tussen de Senegal- en Niger-rivier. Dit rijk was bekend om zijn grote beschaving. Toen het in de 11e eeuw door invallen van Berbers achteruit ging in betekenis, zouden sommige bewoners naar het huidige Ghana zijn gevlucht.  Bij de onafhankelijkheid had Ghana goede vooruitzichten. Langzaam maar zeker ging het echter mis. Er werden fouten gemaakt en verkeerde beslissingen genomen.  Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wilde Ghana geen krediet meer geven.Bovendien zakte de prijs van cacao – Ghana is één van de grootste producenten – op de wereldmarkt. Tot overmaat van ramp werd het land ook nog eens getroffen door natuurrampen als droogte. Verwarring en chaos waren het gevolg.  Luitenant Jerry Rawlings wilde het land weer gezond maken en pleegde in 1979 een militaire staatsgreep. Na een tijdje droeg hij de macht over aan een burgerregering. Maar toen deze geen orde op zaken stelde, pleegde de luitenant eind 1981 opnieuw een staatsgreep en nam zelf het heft in handen. 

Bevolking
De Fanti
De Fanti, die in midden-Ghana wonen, zijn dol op spinazie. Hun stam is er zelfs naar vernoemd! ‘Fan’ betekent ‘spinazie’ en ‘ti’ wil zeggen plukken. Bij ons wordt spinazie dusdanig klaargemaakt, dat ze dezelfde dag nog moet worden opgegeten. Maar iedere Fanti weet dat, wanneer je deze groente door en door kookt in palmolie of een andere plantaardige olie, de groente minstens drie dagen lang vers en smakelijk blijft en zijn voedingswaarde niet verliest. Zelfs zonder koelkast!Het gerecht moet dan om te beginnen goed zijn doorgekookt. Daarna moet je het met bepaalde tussenpozen opnieuw koken. Zo kan de groente niet bederven. Aldus de Fanti, de specialisten onder de spinazie-eters. 
De Ashanti
De Ashanti behoren tot de Akan, de grootste bevolkingsgroep van het land. Ongeveer de helft van alle Ghanezen hoort tot die groep. De Akan emigreerden in de 15e eeuw vanuit het noorden naar het tegenwoordige Ghana.Osei Tutu wordt beschouwd als de stichter van het grote Ashanti-rijk. Tijdens zijn regeringsperiode van 1695 tot 1731, overwon hij diverse naburige stammen. Al lang voor de Europeanen zich de goudhandel hadden toegeëigend, brachten Arabieren het Ashanti-goud via Timbuktu en Agades naar de kusten van de Middellandse Zee. Tot het begin van de 20e eeuw was stofgoud het gangbare betaalmiddel van de Ashanti: 2 gram voor een kip, 1 pond voor een koe. Het werd gewogen met sierlijk bewerkte koperen gewichtjes.  Deze beeldjes – juweeltjes van vakmanschap – kunnen van alles voorstellen: het dagelijkse leven bijvoorbeeld het hof van de koning, muzikanten en dieren. Hoe weeg je echter stofgoud zonder in een wereld van voortdurende achterdocht terecht te komen? Daarvoor nodig: gewichtjes om min of meer zuiver te kunnen meten en een soort ‘centraal gezag’ dat toezicht houdt. In het Ashantirijk was het gezag voorhanden; de goudgewichtjes ontwikkelden zich, meer dan ergens anders in de wereld, tot een ambachtelijke kunstvorm.  De gewichtjes zelf zijn niet van goud maar van brons. Vanaf ongeveer 1400 zijn ze bekend. De eerste eeuwen zijn het nog puur geometrische vormen. Heel mooi zijn de beeldjes die spreekwoorden uitbeelden en langzaam ontstaat de overgang naar afbeeldingen, in het bijzonder van dieren. Daarbij gaat het niet alleen om het beest, maar om het spreekwoord waarin een dier voorkomt. Olifant:  ‘Wie achter olifanten loopt, wordt niet nat van de dauw van het gras’. Giraf: ‘Regen maakt zijn vlekken nat, zij verdwijnen niet’. Vanaf het moment dat de Engelsen, opvolgers van de koloniale Nederlanders, het gebruik van bankbiljetten verplicht stelden, kregen de gewichtjes meer het karakter van verzamelobjecten voor koningen en stamhoofden. 
‘De Gouden Stoel’
Volgens de overlevering kreeg de priester Komfo vanuit de hemel een gouden stoel cadeau. Die werd het symbool van de eenheid en voorouderverering. Dat laatste is heel belangrijk. De koning, de Asantehene, vertegenwoordigt de voorvaderen en beheert hun land. In 1900 eisten de Engelsen de stoel op. Ze hadden geen idee dat het hier niet zo maar om een koninklijk meubelstuk ging, maar dat het een religieus symbool was, waarop zelfs de koning niet mag zitten. Een opstand was dan ook het antwoord op de Engelse eis.Veel van de oude gebruiken worden nog steeds in ere gehouden. Ook al worden veel hoogwaardigheidsbekleders tegenwoordig per auto naar de plechtigheden gereden en heeft ook de kleuren-tv zijn intrede gedaan.Van de gouden sieraden van de Ashanti is niet veel bewaard gebleven. Het meeste werd gestolen, omgesmolten of verkocht en overal ter wereld verspreid. Van andere kunstschatten – voor zover ze tenminste nog bestaan – is meer in Europese musea te zien dan in het kleine, met veel toewijding en weinig middelen in stand gehouden museum in Kumasi. 

Het land
Klimaat
Ghana ligt aan de kust van West Afrika, aan de golf van Guinee. Het noorden grenst aan Burkina Faso, het oosten aan Togo en het westen aan Ivoorkust. In het noorden van Ghana is er het droge grasland, de savanne met slechts één, onvoorspelbaar regenseizoen, tussen mei en oktober. In januari en februari waait er een droge, hete wind, de Harmattan, uit het noordoosten. Is die wind laat, dan betekent dat meestal aanhoudende droogte met alle gevolgen van dien. Door het kappen van bomen is erosie ontstaan en daardoor rukt de woestijn op. Er zijn nog veel ‘bushfires’. Er is één oogstseizoen, daarmee is de regio erg afhankelijk van de regen. Verder naar het midden en zuiden van Ghana wordt de beplanting groener. Er is nog een gedeelte over van het regenwoud en de grond is vruchtbaar. Hier zijn twee regenseizoenen en de regen is ook meer voorspelbaar. Daardoor kan er twee keer geoogst worden. Gedurende het jaar ligt de gemiddelde temperatuur tussen de 250 en 400 Celsius. Maar een temperatuur tot 470 Celsius in de schaduw is geen uitzondering!In Ghana zijn er drie begroeiingzones:Aan de kust moerassig gebied met mangroven;In het midden en het zuiden tropisch regenwoud;In het noorden savannegebied.
Dierenwereld
Vergeleken met bijv. Oost Afrika, heeft Ghana weinig diersoorten. Heel veel dieren, voornamelijk de grote, zijn uitgeroeid. De naam van buurland ivoorkust herinnert er aan dat ooit het olifantenbestand in dit gebeid behoorlijk groot is geweest. Er zijn twee reservaten in Ghana. In het Noorden het ‘Mole National Park’, waar o.a. nog olifanten en nijlpaarden voorkomen, en het ‘Kujani National Park’, bij het Voltameer. 
Economie
Tot de 19e eeuw waren de belangrijkste export-producten goud en slaven. Maar de goudopbrengst werd steeds minder en toen de slavenhandel werd afgeschaft, vielen ook die inkomsten weg. De Engelsen moesten op zoek naar een ander winstgevend product. Palmolie en rubber mislukten. Aan het einde van de 19e eeuw legden ze cacaoplantages aan, met veel succes. In 1926 nam de Goudkust al meer dan de helft van de wereldcacaoproductie voor haar rekening.Nog steeds is Ghana één van de grootste cacaoleveranciers ter wereld, maar het aandeel op de wereld-markt is wel geslonken en de prijzen zijn veel lager geworden. Toch is de economie van Ghana voor een groot deel afhankelijk van de cacaoprijs. Afhankelijk zijn van één exportproduct, en dat is het geval in veel ontwikkelingslanden, is natuurlijk heel riskant. Naast hout, diamant, bauxiet en mangaan wordt er ook nog steeds goud uitgevoerd, maar helaas zijn de meeste goudmijnen niet meer rendabel. Cacao blijft dus het belangrijkste, met alle risico’s die dat met zich mee kan brengen.
Het dagelijkse leven
Ghanezen zijn goedlachs, gastvrij én gelovig. Vooral voor dat laatste komen ze heel duidelijk uit. Overal rijden de troto’s, busjes waar altijd veel meer passagiers in gaan dan je voor mogelijk - en veilig – zou houden. Stuk voor stuk zijn ze voorzien van religieuze opschriften. En niet alleen in het openbaar vervoer vind je die. Wat denk je van de ‘God is Love’ disco en de ‘Christ is my Lord’ ijzerwinkel? Voor ons misschien een beetje eigenaardig, maar voor de mensen in Ghana een normaal en belangrijk onderdeel van het dagelijkse leven.Gezelliger Accra is de grootste stad en de hoofdstad van Ghana. Er staan flatgebouwen en er zijn grote shopping malls. Ook zie je werkelijk overal nog de marktkraampjes staan, die met kerosinelampen worden verlicht als het donker is. In die kraampjes is van alles te koop: van fruit en groenten tot gebruikte plastic tasjes. Het is wel een vreemd gezicht om daartussen een Nederlands tasje te zien hangen, klaar voor de verkoop aan de volgende gebruiker. Als je ook maar de geringste interesse toont voor wat er te koop is, word je bestormd door de ‘Mammies’ - zoals de Ghanese marktvrouwen worden genoemd – die om het hardst hun waren aanprijzen.  
Alles op het hoofd
In Ghana wordt alles letterlijk op het hoofd gedragen. Emmers water, manden met levensmiddelen, boeken, etc. etc. Je kunt het zo gek niet bedenken. Als het nodig is kunnen ze er nog hard mee lopen ook, zonder ook maar iets te verliezen. Toch wrijf je wel eens in je ogen als je eerst iemand voorbij ziet komen die met een tv-toestel op zijn hoofd balanceert en vervolgens iemand die hetzelfde doet met een naaimachine!
Onderweg
Onderweg zijn in Ghana betekent altijd veel oponthoud. De wegen zijn niet altijd even goed en er wordt veel aan gewerkt. Maar het wachten wordt ruimschoots goedgemaakt door het kijken naar de prachtige natuur en de vriendelijke, kleurrijke bewoners. Soms houden wegwerkers het verkeer ’n beetje langer vast dan eigenlijk nodig is. Zo krijgen hun vrouwen en kinderen de kans om van alles en nog wat te verkopen.  Iedereen vindt het prima zo. De wegwerkers en hun gezinnen hebben wat extra’s dat ze goed kunnen gebruiken en de reiziger kan ‘op verhaal komen’ met vers fruit of een maaltje ‘fufu’, een soort dikke soep met cassave of yam en kip, die met de handen wordt gegeten. 
Adinkra symbolen
In Ghana wordt de bast van de’Badie’-boom met ijzerslak vermengd en gekookt tot er een heel donkere vloeistof ontstaat. Die wordt ‘Adinkra-Aduro’ genoemd. Met kalebasstempels worden de verschillende motieven op de stof gedrukt.Je kunt zelf je eigen, heel persoonlijke Adinkra-gewaad maken. Wat je nodig hebt is een lap stevige katoenen stof, ongeveer zo groot als een beddenlaken. Verder een aardappel en textielverf. De Adinkra motieven hebben allemaal een symbolische betekenis. Kies er één uit de voorbeelden hieronder die je het best bij je zelf vindt passen en snijdt daarvan een stempel uit de aardappel. 

EOF in Ghana
Ghana is een prachtig, maar ook heel arm land. EOF steunt projecten in de Upper West Region, één van de armste regio’s in Ghana. Heel veel voorzieningen ontbreken in dit deel van het land. Iedereen doet zijn uiterste best om een goede toekomst op te bouwen, maar hulp, of beter gezegd samenwerking, is daarbij heel hard nodig. Het is ook een redelijk vruchtbaar redelijk vruchtb vruchtbaar land, rijk aan natuurlijke hulpbronnen zoals goud, bauxiet, olie en hout. Tot nu toe werden de ruwe grondstoffen naar Europa of Amerika geëxporteerd met als gevolg dat de mensen in Ghana niet of nauwelijks van de opbrengst konden profiteren.  Op dit moment is het westen op zoek naar nieuwe energiebronnen, vooral in Afrika en Zuid Amerika. Ghana zou hierin een rol kunnen spelen door het leveren van bijvoorbeeld biodiesel. Maar dan niet door het leveren van o.a. de maïs, maar het verkopen van het eindproduct. Dus niet zoals het met de cacaobonen gebeurt. De cacaoboeren in Ghana krijgen een veel te lage prijs voor hun bonen die door het westen opgekocht worden en in Europa verwerkt tot dure chocoladeproducten. Om van maïs biodiesel te kunnen maken en die vervolgens te kunnen leveren aan het westen, heeft men goed opgeleide mensen nodig. Er zijn dus voldoende kansen om Ghana vooruit te helpen. Daarom is goed onderwijs voor iedereen één van de belangrijkste voorwaarden om verder te komen. EOF wil daarom graag het onderwijs verbeteren. Dit doet EOF door middel van het renoveren van bestaande - en het bouwen van nieuwe scholen. EOF betaalt schoolgeld en zorgt dat er voldoende leermiddelen zijn voor de leerkrachten en leerlingen. EOF werkt al meer dan 16 jaar samen met lokale organisaties in Ghana, zij zijn onze partners. Een van de grootste problemen in de regio is de voedselvoorziening. In de Upper West Region van Ghana leeft bijna de hele bevolking van de landbouw. De oogst werd tot nu toe opgekocht door handelaren uit het zuiden van Ghana. EOF wil op de eerste plaats de landbouwmethodes verbeteren en daarnaast zorgen dat de boeren een beter inkomen krijgen. Door middel van trainingen aan de boeren en goede opleidingen wil EOF proberen de productie te verhogen. Er is een landbouw-coöperatie opgericht en er is een fabriek gebouwd waar de producten worden verwerkt. Dat betekent werkgelegenheid in de regio en een beter inkomen voor de boerengezinnen omdat de winst in de eigen regio blijft. Bovendien krijgen de boeren een aandeel in de winst van de fabriek. In de Upper West Region is er nog steeds gebrek aan voldoende voedsel. Eén van de drie kinderen is ondervoed. De sterftecijfers in Ghana laten zien dat er landelijk 111 van de 1000 kinderen sterven voor hun 5e levensjaar. In de Upper West Region is dat bijna het dubbele: jaarlijks sterven er 208 van de 1000 kinderen onder de 5 jaar, 40% van de doodsoorzaak komt door ondervoeding.
De bevolking in Ghana is relatief jong, ongeveer de helft van de bevolking is jonger dan 16 jaar. Vrouwen hebben een belangrijke plaats in de samenleving, zij zijn meestal degenen die voor het inkomen zorgen. Vrouwen werken harder, zorgen voor hun gezin en familie en zijn vaker georganiseerd in groepen. Zij komen wekelijks bij elkaar en bespreken allerlei zaken. Dat kan gaan over problemen met hun kinderen, over onderwijs of gezondheidszorg. Als groep kunnen zij een kleine lening krijgen. Op die manier kunnen ze dan een eigen bedrijfje op zetten. Ze zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het terugbetalen van de lening. Vrouwen zijn hierin betrouwbaarder gebleken dan mannen. EOF werkt volgens de richtlijnen van het CBF keur en besteedt aandacht aan de millenniumdoelen.

Steun ons werk

Steun het werk van EOF Ghana

EOF Erkend Goed Doel

EOF Erkend Goed Doel

1 september 2016